ECLI:NL:RVS:2023:3405
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing huurtoeslag voor woonruimte in België ondanks Nederlandse inschrijving
De zaak betreft een Nederlandse studente die ingeschreven staat op het adres van haar ouders in Nederland, maar gedurende haar studie woonruimte huurt in België. Zij verzocht huurtoeslag voor deze Belgische woonruimtes, maar de Belastingdienst/Toeslagen wees dit af omdat de woningen zich niet in Nederland bevinden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de studente ging in hoger beroep.
In hoger beroep betoogde zij onder meer dat de beslistermijnen door de Belastingdienst zijn overschreden, dat het vertrouwensbeginsel werd geschonden door brieven die huurtoeslag toezegden, en dat het onderscheid tussen huurtoeslag voor woningen in Nederland en België in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp deze bezwaren. De overschrijding van beslistermijnen leidt niet tot onrechtmatigheid van het besluit, en de brieven wekten geen redelijk vertrouwen op huurtoeslag.
De Afdeling benadrukte dat op grond van de Wet op de huurtoeslag huurtoeslag alleen wordt toegekend aan huurders die als ingezetene zijn ingeschreven op het adres van de gehuurde woning in Nederland. De gelijkstelling van buitenlandse inschrijvingen is uitgesloten voor huurtoeslag. Het feit dat de studente Nederlandse ingezetene is en aan andere voorwaarden voldoet, maakt dit onderscheid niet onrechtmatig. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van huurtoeslag bevestigd.