Uitspraak
AFDELING
voorzitter
griffier
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Almelo verleende op 17 juli 2018 een omgevingsvergunning voor de transformatie van het voormalige industriegebouw De Sterkerij naar commerciële ruimten. Appellanten, bewoners nabij De Sterkerij, stelden dat onvoldoende parkeergelegenheid op eigen terrein was voorzien, wat parkeeroverlast zou veroorzaken. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant A gegrond en vernietigde het besluit van 5 april 2019, waarbij het college het bezwaar deels had gehonoreerd.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het college heeft verplicht een nieuw besluit te nemen. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat het college terecht uitging van een parkeervraag van 57 plaatsen, dat het terras bij de horecavoorziening niet apart in de parkeervraag hoeft te worden betrokken, en dat er voldoende parkeercapaciteit is binnen en nabij blok 7 van het Indiëterrein, mede dankzij dubbelgebruik van parkeerplaatsen.
De Raad van State bevestigt dat appellant B geen beroep kon instellen omdat zij geen bezwaar had gemaakt. Ook acht de Afdeling het college niet verplicht om parkeerdrukmetingen uit te voeren vanwege de nog in ontwikkeling zijnde situatie. Het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van appellanten ongegrond, en de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover deze het besluit van 5 april 2019 vernietigde en het college een nieuwe beslissing op het bezwaar oplegde.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard en het beroep van appellant A ongegrond; de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.