ECLI:NL:RVS:2023:4776
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- N.H. van den Biggelaar
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn bestuursrechtelijke procedure
In deze bestuursrechtelijke zaak hebben verzoeker A en verzoeker B een schadevergoeding gevorderd wegens overschrijding van de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 van Pro het EVRM. De procedure betrof een bezwaar- en beroepsprocedure tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Almelo, gevolgd door hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling constateert dat de totale duur van de procedure voor verzoeker A ruim vijf jaar bedroeg, wat een overschrijding van ruim twaalf maanden betekent ten opzichte van de redelijke termijn van vier jaar. Voor verzoeker B bedroeg de duur van de procedure ruim vier jaar, een overschrijding van bijna vier maanden. De overschrijding wordt toegerekend aan het college, de rechtbank en de Afdeling, afhankelijk van de fase van de procedure.
De Afdeling bepaalt op basis van een forfaitair tarief per half jaar overschrijding een schadevergoeding van €1.000 voor verzoeker A en €500 voor verzoeker B, waarbij de bedragen zijn gematigd vanwege het gezamenlijk voeren van beroep en hoger beroep. De financiële lasten worden verdeeld tussen het college van burgemeester en wethouders van Almelo en de Staat der Nederlanden, waarbij ook proceskosten worden toegewezen.
De uitspraak bevestigt het belang van een tijdige behandeling van bestuursrechtelijke procedures en onderstreept de verantwoordelijkheid van bestuursorganen en rechterlijke instanties bij overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak kent verzoekers schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.