ECLI:NL:RVS:2023:3545
Raad van State
- Hoger beroep
- W. den Ouden
- B.P. Vermeulen
- H. Benek
- Rechtspraak.nl
Vaststelling huurtoeslag 2019 en toepassing toeslagpartnerschap leidt niet tot discriminatie
De Belastingdienst/Toeslagen stelde het recht van de wederpartij op huurtoeslag over 2019 definitief vast op €3.848,00 en bepaalde dat hij €157,00 aan teveel ontvangen toeslag moest terugbetalen. Dit was gebaseerd op het feit dat persoon A vanaf december 2019 toeslagpartner was, waardoor het gezamenlijke jaarinkomen werd meegeteld.
De rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst hiermee in strijd handelde met het discriminatieverbod uit artikel 26 IVBPR Pro, omdat de situatie van de wederpartij en persoon A vergelijkbaar zou zijn met een echtpaar dat het gehele jaar een bijstandsuitkering ontvangt, maar ongelijk werd behandeld. De rechtbank vernietigde het besluit en beval een nieuwe berekening.
De Belastingdienst ging in hoger beroep en stelde dat de situaties niet vergelijkbaar zijn en dat de jaarinkomenssystematiek juist is toegepast. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het toeslagpartnerschap per december 2019 correct was vastgesteld en dat de systematiek van de Awir uitgaat van jaarinkomens, wat wettelijk is toegestaan en uitvoerbaar.
De Afdeling vond geen sprake van discriminatie omdat de situatie van de wederpartij wezenlijk verschilt van het echtpaar dat het hele jaar samenwoonde. De eerdere jurisprudentie waarop de rechtbank zich baseerde, betrof andere situaties waarin een toeslagpartner vertrok en meer ging verdienen. De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de Belastingdienst gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de wederpartij ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de toeslaggerechtigde wordt ongegrond verklaard en het besluit van de Belastingdienst blijft in stand.