ECLI:NL:RVS:2023:3577
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in asielprocedure
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 5 mei 2022 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank Den Haag vernietigde dit besluit op 28 juni 2022 en bepaalde dat de staatssecretaris binnen zes weken een nieuw besluit moest nemen. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en wees op 23 augustus 2023 opnieuw de aanvraag af. De vreemdeling stelde incidenteel hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het verzoek om een voorlopige voorziening gegrond was en bepaalde dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het incidenteel hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €837,00, toe te rekenen aan rechtsbijstand door een derde partij.
De uitspraak werd gedaan door mr. J.H. van Breda, voorzieningenrechter, op 20 september 2023 in het openbaar. De uitspraak betreft een voorlopige voorziening in een bestuursrechtelijke procedure binnen het vreemdelingenrecht.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het incidenteel hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.