ECLI:NL:RVS:2023:3594
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens schending hoorplicht
De vreemdeling, met Turkse nationaliteit en sinds 2002 in Nederland verblijvend, vroeg om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 1 februari 2021 werd afgewezen. De staatssecretaris verklaarde het bezwaar van de vreemdeling ongegrond, waarna de rechtbank Den Haag dit besluit bevestigde. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overweegt dat de staatssecretaris de vreemdeling in bezwaar had moeten horen, gelet op het belang van het privéleven van de vreemdeling zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de hoorplicht niet gold. De Afdeling vernietigt daarom het besluit van 18 augustus 2021 en de uitspraak van de rechtbank.
De staatssecretaris wordt opgedragen de vreemdeling alsnog te horen alvorens een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, aangezien het griffierecht niet is geheven. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd vanwege schending van de hoorplicht en de staatssecretaris moet de vreemdeling alsnog horen.