ECLI:NL:RVS:2023:3660
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel in hoger beroep
De vreemdelingen hebben bij besluiten van 29 juli 2020 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid zijn afgewezen. De rechtbank Den Haag heeft bij uitspraak van 27 januari 2022 het beroep van de vreemdelingen tegen deze afwijzing ongegrond verklaard.
De vreemdelingen zijn vervolgens in hoger beroep gegaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank is overgenomen en het hoger beroep is ongegrond verklaard.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en bepaalt dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. Het hogerberoepschrift bevatte geen vragen die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning en verklaart het hoger beroep ongegrond.