ECLI:NL:RVS:2023:3679
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering handhaving planologisch strijdig gebruik paardenhouderij in Linden
Het college van burgemeester en wethouders van Cuijk (nu Land van Cuijk) weigerde handhavend op te treden tegen het planologisch strijdige gebruik van een perceel te Linden door appellant sub 2, die paarden houdt en veulens fokt. Appellant sub 1 en anderen, eigenaren of vruchtgebruikers van het aangrenzende perceel, betoogden dat er geen sprake is van een bedrijfsmatige paardenhouderij en dat de bewoning in strijd is met het bestemmingsplan.
De rechtbank oordeelde dat appellant sub 1 en anderen belanghebbenden zijn met een procesbelang en dat het college het advies van de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen (AAB) terecht aan zijn besluit ten grondslag heeft gelegd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dit oordeel. Het AAB-advies concludeerde dat er sprake is van bedrijfsmatige agrarische activiteiten, ondanks aspecten van hobby.
De Afdeling stelt vast dat het college zorgvuldig heeft gehandeld door het advies te toetsen en dat de verkoopadministratie van veulens niet is betwist. Het relativiteitsbeginsel staat niet in de weg aan de beoordeling. De hoger beroepen van appellant sub 1 en anderen en appellant sub 2 worden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt het besluit om handhaving te weigeren omdat sprake is van een bedrijfsmatige paardenhouderij.