ECLI:NL:RVS:2023:3695
Raad van State
- Hoger beroep
- R. Uylenburg
- J.W. van de Gronden
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard hoger beroep tegen vernietiging natuurvergunning emissiearme stalsystemen
Het college van gedeputeerde staten van Overijssel verleende op 29 september 2020 een natuurvergunning voor een wijziging van een pluim- en melkveehouderij met emissiearme stalsystemen. De rechtbank vernietigde deze vergunning op 11 mei 2022 omdat de gebruikte Rav-emissiefactoren voor emissiearme stallen mogelijk de ammoniakemissie onderschatten, wat kan leiden tot significante effecten op Natura 2000-gebieden.
Het college stelde in hoger beroep dat de Rav-emissiefactoren wetenschappelijk zorgvuldig zijn vastgesteld en dat het CBS-rapport en CDM-advies geen definitieve conclusies bevatten. Het college voerde aan dat het verschil tussen de referentie- en beoogde situatie zodanig is dat significante effecten kunnen worden uitgesloten, ook rekening houdend met onzekerheidsmarges.
De Afdeling oordeelde dat het voorzorgsbeginsel uit de Habitatrichtlijn een strikte uitleg vereist en dat zolang twijfel bestaat over de juistheid van de Rav-emissiefactoren, deze niet met de vereiste zekerheid kunnen worden toegepast. Het college moet eerst aanvullende onderbouwing beoordelen voordat het besluit kan worden heroverwogen. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard.
Daarnaast is het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en betaling van griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige en wetenschappelijk onderbouwde emissieberekeningen bij natuurvergunningen en de toepassing van het voorzorgsbeginsel bij onzekerheden.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college van gedeputeerde staten van Overijssel wordt ongegrond verklaard en de vernietiging van de natuurvergunning bevestigd.