ECLI:NL:RVS:2023:3790
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onrechtmatige bewaring vreemdeling en toekenning proceskosten
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 30 juni 2023 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 28 juli 2023 oordeelde dat de bewaring onrechtmatig was en een schadevergoeding toekende.
De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming, en bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank zonder nadere motivering.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde de onrechtmatigheid van de bewaring vanaf het begin en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van € 837,00 aan de vreemdeling, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met toekenning van proceskosten aan de vreemdeling.