ECLI:NL:RBDHA:2023:12252
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting en toekenning schadevergoeding
De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiser tegen de maatregel van bewaring van 30 juni 2023 beoordeeld. De bewaring was opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000 maar werd op 4 juli 2023 opgeheven. De rechtbank onderzocht of de tenuitvoerlegging van de bewaring onrechtmatig was geweest en of eiser recht had op schadevergoeding.
Eiser stelde dat de maatregel van bewaring onrechtmatig was omdat er onvoldoende zicht op uitzetting bestond, terwijl de staatssecretaris dit niet concreet had gemotiveerd. De eerdere bewaring was na bijna zes maanden opgeheven vanwege het ontbreken van zicht op uitzetting. De staatssecretaris voerde aan dat de opheffing een belangenafweging betrof en dat de situatie was gewijzigd doordat Marokko sinds 27 juni 2023 laissez-passers verstrekt zonder persoonlijke presentatie.
De rechtbank oordeelde dat de opheffing van de eerdere bewaring feitelijk was ingegeven door het ontbreken van zicht op uitzetting binnen de redelijke termijn. De staatssecretaris had onvoldoende concrete aanknopingspunten gegeven waarom nu wel zicht op uitzetting bestond. Dit leidde tot het oordeel dat de maatregel van 30 juni 2023 onrechtmatig was en een verkapte voortzetting van de vorige bewaring. De rechtbank kende eiser een schadevergoeding toe van €530,- voor de onrechtmatige bewaring en veroordeelde de staatssecretaris in de proceskosten van €1.674,-.
Uitkomst: De bewaring van eiser was onrechtmatig wegens het ontbreken van zicht op uitzetting, waardoor een schadevergoeding van €530,- en proceskosten van €1.674,- werden toegekend.