ECLI:NL:RVS:2023:380
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 27 februari 2020 de aanvraag van de vreemdeling af voor een document dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan aantoont. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 12 juni 2020 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling op 15 juni 2021 eveneens ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De voorzieningenrechter overwoog dat het niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep in stand zal blijven en besloot daarom een voorlopige voorziening te treffen. Dit houdt in dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat de Afdeling bestuursrechtspraak op het hoger beroep heeft beslist.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, een bedrag van € 837,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos op 1 februari 2023.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.