ECLI:NL:RVS:2023:3819
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens nalaten proceskostenveroordeling bij niet tijdig besluit asielaanvraag
De vreemdeling stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris nam uiteindelijk op 21 oktober 2022 een besluit waarbij de aanvraag werd ingewilligd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk omdat het beroep niet tijdig zou zijn ingesteld.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank onjuist had geoordeeld over de termijn van het instellen van het beroep, aangezien de staatssecretaris al op 13 augustus 2022 de ingebrekestelling had ontvangen, waardoor het beroep tijdig was ingesteld. Daarnaast had de rechtbank ten onrechte de staatssecretaris niet veroordeeld in de proceskosten, terwijl de staatssecretaris door het alsnog nemen van het besluit de vreemdeling tegemoet was gekomen.
De Afdeling vernietigde daarom het bestreden vonnis voor zover het naliet de staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van proceskosten. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van het beroep en het hoger beroep, vastgesteld op €837,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door lid van de enkelvoudige kamer Baldinger op 18 oktober 2023 in het openbaar.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €837,00.