ECLI:NL:RVS:2023:3876
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat vreemdeling geen feitelijke toegang tot noodzakelijke medische zorg in Marokko heeft
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees het verzoek van de vreemdeling om uitstel van vertrek op medische gronden af. De vreemdeling, met Marokkaanse nationaliteit en ernstige medische aandoeningen, stelde dat de noodzakelijke medische zorg in Marokko niet feitelijk toegankelijk voor hem zou zijn. De rechtbank oordeelde aanvankelijk in zijn voordeel en vernietigde het besluit van de staatssecretaris.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat de vreemdeling onvoldoende bewijs had geleverd dat hij daadwerkelijk geen toegang tot de zorg in Marokko heeft. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de vreemdeling weliswaar ernstige medische aandoeningen heeft, maar niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij door financiële of sociale omstandigheden geen toegang tot de noodzakelijke zorg kan verkrijgen.
De Raad van State verwierp het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling, die stelde dat zijn medische beperkingen en gebrek aan sociaal netwerk voldoende waren onderbouwd. Ook werd geoordeeld dat de staatssecretaris terecht geen nader onderzoek hoefde te doen en dat het BMA-advies zorgvuldig was. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van uitstel van vertrek blijft in stand.