ECLI:NL:RVS:2023:397
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- J.E.M. Polak
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming planschade wegens ontbreken rechtstreeks causaal verband
Agapanthus was eigenaar van een perceel waar in 2019 vier woningen werden gerealiseerd, waarvan drie sociale huurwoningen. Voor de realisering werd een anterieure overeenkomst gesloten met de gemeente Blaricum, waarin afspraken zijn gemaakt over het verhuren van drie woningen als sociale huur voor tien jaar. Het bestemmingsplan 'Blaricum Dorp 2018' bevatte een functieaanduiding voor sociale huurwoningen, die een gebruiksbeperking inhield, maar onderkeldering bleef toegestaan.
Agapanthus verzocht om een tegemoetkoming in planschade vanwege het nieuwe bestemmingsplan, omdat zij de kelders niet had gerealiseerd en daardoor schade zou lijden. Het college wees dit verzoek af, gesteund door een advies van de Lodewijck Groep dat stelde dat het nieuwe bestemmingsplan geen planologisch nadeel opleverde, mede omdat onderkeldering was toegestaan en de gebruiksbeperking geen belemmering vormde.
De rechtbank verklaarde het beroep van Agapanthus ongegrond. In hoger beroep betoogde Agapanthus dat de functieaanduiding een gebruiksbeperking voor onbepaalde tijd vormde, waardoor onderkeldering niet rendabel was. De Afdeling oordeelde echter dat het nieuwe bestemmingsplan geen rechtstreeks causaal verband had met de niet-onderkeldering, aangezien onderkeldering toegestaan bleef en het besluit om geen kelder te bouwen aan Agapanthus zelf was.
De Afdeling verwierp de vergelijking met eerdere jurisprudentie over indirecte planschade, omdat daar sprake was van een onvermijdelijk gevolg van een bestemmingsplan, terwijl hier sprake was van een bewuste keuze van Agapanthus. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van Agapanthus is ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming in planschade bevestigd.