ECLI:NL:RVS:2023:40

Raad van State

Datum uitspraak
6 januari 2023
Publicatiedatum
6 januari 2023
Zaaknummer
202201771/4/A3
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 3 Wrakingsregeling bestuursrechterlijke colleges 2022
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om wraking afgewezen wegens te late indiening na uitspraak

Op 3 januari 2023 heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de voorzitter van de meervoudige kamer, mr. C.H.M. van Altena, die belast was met de behandeling van zaak nr. 202201771/3/A3.

De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat een wrakingsverzoek ingevolge artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet worden ingediend voordat de uitspraak in de hoofdzaak is gedaan. De uitspraak in de hoofdzaak werd openbaar gemaakt op 28 december 2022, dus vóór de indiening van het wrakingsverzoek.

Verder werd vastgesteld dat eerdere brieven van verzoeker op 15 en 18 december 2022 niet als wrakingsverzoek konden worden aangemerkt, maar als klachten. Het verzoek om wraking is derhalve niet tijdig ingediend.

Op grond van artikel 3, vierde lid, van de Wrakingsregeling bestuursrechterlijke colleges 2022 en artikel 8:15 Awb Pro wordt het verzoek zonder zitting buiten behandeling gelaten.

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het wrakingsverzoek derhalve afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid wegens te late indiening.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt buiten behandeling gelaten wegens te late indiening na de uitspraak.

Uitspraak

202201771/4/A3.
Datum beslissing: 6 januari 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op het verzoek van:
[verzoeker], wonend te [woonplaats],
om toepassing van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb).
Procesverloop
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 3 januari 2023, heeft [verzoeker] verzocht om wraking van mr. C.H.M. van Altena (hierna: de staatsraad) als voorzitter van de meervoudige kamer belast met de behandeling van zaak nr. 202201771/3/A3.
Overwegingen
1.       Op verzoek van een partij kan ingevolge artikel 8:15 van Pro de Awb elk van de rechters die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.       Ingevolge artikel 3, vierde lid, aanhef en onder b, van de Wrakingsregeling bestuursrechterlijke colleges 2022 (hierna: de Wrakingsregeling) kan de wrakingskamer zonder daartoe een zitting te houden, beslissen een verzoek om wraking niet in behandeling te nemen indien het verzoek is gedaan nadat in de hoofdzaak de einduitspraak openbaar is gemaakt.
3.       Anders dan [verzoeker] stelt, heeft hij niet eerder dan op 3 januari 2023 een verzoek om wraking ingediend. In zijn brief van 15 december 2022, heeft hij zich beklaagd over de gang van zaken. In zijn brief van 18 december 2022 heeft hij de voorzitter van de Afdeling geïnformeerd dat hij zijn brief van 15 december 2022 wil formaliseren en een officiële klacht wenst in te dienen. Zijn brieven zijn als zodanig in behandeling genomen. Er was geen aanleiding deze aan te merken als een verzoek om wraking. Dat [verzoeker] alsnog zijn brieven wenst te kwalificeren als een verzoek om wraking, maakt dat niet anders. Voor zover [verzoeker] alsnog met verwijzing naar de brieven een verzoek om wraking wenst te doen, is het verzoek daartoe ontvangen nadat uitspraak is gedaan.
4.       Die uitspraak is openbaar gemaakt op 28 december 2022. Uit artikel 8:15 van Pro de Awb volgt dat een verzoek om wraking moet worden gedaan voordat uitspraak is gedaan in de hoofdzaak. Nadat uitspraak is gedaan, is de zaak immers niet langer bij de rechter of rechters in behandeling. Gelet hierop en op artikel 3, vierde lid, aanhef en onder b, van de Wrakingsregeling wordt het verzoek zonder een zitting te houden, buiten behandeling gelaten.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
laat het verzoek buiten behandeling.
Aldus vastgesteld door mr. P.H.A. Knol, voorzitter, mr. E. Steendijk en mr. J. Schipper-Spanninga, leden, in tegenwoordigheid van mr. N. Tibold, griffier.
w.g. Knol
voorzitter
w.g. Tibold
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 6 januari 2023
853