ECLI:NL:RVS:2023:4019
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag voorrangsverklaring wegens medische redenen in Papendrecht
Appellant vroeg een voorrangsverklaring aan omdat hij vanwege medische redenen wilde verhuizen naar een woning op de begane grond. Hij woonde op de derde etage van een flat, bereikbaar via trap en lift, waarbij de lift vaak defect was en ver van zijn voordeur lag.
Het college van burgemeester en wethouders van Papendrecht wees de aanvraag af op grond van de Huisvestingsverordening 2019, omdat appellant geacht werd zijn huisvestingsprobleem zelf op te lossen en de problemen met de lift met de wooncorporatie moesten worden besproken. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het besluit op bezwaar, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat appellant onvoldoende medische stukken had overgelegd om aan te tonen dat hij niet in staat was om de trap of lift te gebruiken. Ook waren er geen bijzondere omstandigheden die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigden. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag voor een voorrangsverklaring bevestigd.