ECLI:NL:RVS:2023:405
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing contingent-urgentieverklaring ondanks eerdere toekenning reguliere urgentieverklaring
Appellante, woonachtig in Haarlem en verblijvend in maatschappelijke opvang, vroeg meerdere malen om een contingent-urgentieverklaring. Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem wees deze aanvragen af, omdat zij niet voldeed aan de regiobinding en niet voorafgaand aan haar opvang minimaal twee jaar inwoner was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en wees ook haar verzoek om proceskostenvergoeding af, omdat het bezwaar niet tot herroeping van het besluit had geleid. Appellante stelde in hoger beroep dat zij wel recht had op proceskostenvergoeding, dat de regiobinding in strijd was met het Europees Sociaal Handvest en dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat een wijziging in motivering geen recht op proceskostenvergoeding geeft zonder herroeping van het besluit. De eerdere beoordeling van de regiobinding blijft gehandhaafd en het college mocht de hardheidsclausule achterwege laten, ondanks dat appellante later een reguliere urgentieverklaring ontving op basis van andere criteria.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de contingent-urgentieverklaring bevestigd.