ECLI:NL:RVS:2023:4095

Raad van State

Datum uitspraak
7 november 2023
Publicatiedatum
8 november 2023
Zaaknummer
202303966/1/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J. Schipper-Spanninga
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging uitspraak rechtbank en afwijzing beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid legde op 28 april 2023 een vrijheidsontnemende maatregel op aan de vreemdeling. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 19 juni 2023 het beroep gegrond verklaarde en schadevergoeding toekende.

De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling onderzocht of de staatssecretaris voldoende voortvarend had gehandeld bij het screenen van de vreemdeling na het aanmeldgehoor, waarbij zij zich baseerde op een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2023:4014).

De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep gegrond is en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. Echter, omdat er geen overige beroepsgronden waren die de rechtbank niet had besproken en de Afdeling geen reden zag om de grensdetentie onrechtmatig te achten, verklaarde zij het beroep alsnog ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt afgewezen en het verzoek om schadevergoeding wordt geweigerd.

Uitspraak

202303966/1/V3.
Datum uitspraak: 7 november 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 19 juni 2023 in zaak nr. NL23.12991 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de staatssecretaris.
Procesverloop
Bij besluit van 28 april 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.
Bij uitspraak van 19 juni 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard en schadevergoeding toegekend.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.
De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. E. Stap, advocaat te Amsterdam, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1.       De in de enige grief opgeworpen rechtsvraag of de staatssecretaris voldoende voortvarend heeft gehandeld door de vreemdeling op de derde dag na het aanmeldgehoor te screenen heeft de Afdeling bij uitspraak van 1 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4014, beantwoord. Uit de overwegingen van die uitspraak, die hier van overeenkomstige toepassing zijn, vloeit voort dat de grief slaagt.
2.       Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. Omdat er geen beroepsgronden zijn die de rechtbank niet heeft besproken en de Afdeling ook ambtshalve geen reden ziet om de grensdetentie onrechtmatig te achten, is het beroep alsnog ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        verklaart het hoger beroep gegrond;
II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 19 juni 2023 in zaak nr. NL23.12991;
III.      verklaart het beroep ongegrond;
IV.     wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Aldus vastgesteld door mr. J. Schipper-Spanninga, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Nouta, griffier.
w.g. Schipper-Spanninga
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Nouta
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 7 november 2023
873