ECLI:NL:RVS:2023:4113
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen intrekking tegemoetkoming rechtsbijstand
Het bestuur van de raad voor rechtsbijstand trok bij besluit van 21 oktober 2019 de aan appellant toegekende tegemoetkoming in de kosten voor rechtsbijstand in. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. Tegen deze uitspraak stelde appellant hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de rechtbank bevoegd was om kennis te nemen van het beroep, ondanks dat de rechtsbijstandverlener kantoor hield in een ander ressort. De rechtbank had de zaak niet naar de bevoegde rechtbank verwezen, maar dit werd geaccepteerd in het belang van effectieve geschilbeslechting.
Appellant stelde dat de niet-ontvankelijkverklaring in strijd was met het recht op toegang tot de rechter, omdat eerdere bezwaarschriften waren afgewezen en een verplichte hoorzitting in bezwaar niet passend zou zijn. De Afdeling oordeelde echter dat appellant ervoor had gekozen geen verzoek te doen om rechtstreeks beroep in te stellen, waardoor de bezwaarschriftprocedure niet mocht worden overgeslagen. Het beroep was terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Daarnaast wees de Afdeling het verzoek om schadevergoeding af, omdat geen van de wettelijke omstandigheden voor toekenning zich voordeed. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep en wijst het verzoek om schadevergoeding af.