ECLI:NL:RVS:2016:546
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.H.M. van Altena
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsgeschil rechtbanken over beroep tegen besluit raad voor rechtsbijstand
In deze zaak is een jurisdictiegeschil voorgelegd tussen de rechtbank Midden-Nederland en de rechtbank Oost-Brabant over de vraag welke rechtbank bevoegd is om kennis te nemen van een beroep tegen een besluit van het bestuur van de raad voor rechtsbijstand. Het besluit betreft de intrekking van een vergoeding voor rechtsbijstand verleend op basis van een toevoeging.
De rechtbank Midden-Nederland stelde zich bevoegd omdat het besluit was afgegeven door het kantoor van de raad te Utrecht, dat binnen haar arrondissement valt. De rechtbank Oost-Brabant betwistte dit en stelde dat Utrecht geen officiële vestigingsplaats van de raad is volgens het Besluit vestigingsplaatsen, en dat de bevoegdheid moet aansluiten bij de vestigingsplaatsen zoals wettelijk bepaald.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft geoordeeld dat de zetel van de raad te Utrecht niet bepalend is voor de bevoegdheid van de rechtbanken. De wettelijke vestigingsplaatsen van de raad zijn limitatief opgesomd en Utrecht maakt daar geen deel van uit. De bevoegdheid ligt bij de rechtbank binnen het ressort waar de rechtsbijstandsverlener kantoor houdt, wat in dit geval het ressort ’s-Hertogenbosch is, waar Tilburg onder valt.
Daarom is de rechtbank Oost-Brabant bevoegd. Tevens is een regeling getroffen voor de verdeling van bevoegdheid binnen het ressort Arnhem-Leeuwarden. De Afdeling verklaart de rechtbank Oost-Brabant bevoegd en verstaat dat zij de zaak in behandeling neemt.
Uitkomst: De rechtbank Oost-Brabant is bevoegd het beroep tegen het besluit van de raad voor rechtsbijstand te behandelen.