ECLI:NL:RVS:2023:4129
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- C.C.W. Lange
- N.H. van den Biggelaar
- Rechtspraak.nl
Huurdersbegrip in huurtoeslag bij directeur-grootaandeelhouder woningverhuur
De Belastingdienst/Toeslagen stelde het voorschot huurtoeslag 2018 voor de wederpartij, die directeur, enig bestuurder en 100% aandeelhouder is van het bedrijf dat de woning verhuurt, op nihil. De rechtbank oordeelde dat de huurtoeslag niet zonder concrete aanwijzingen van misbruik op nihil had mogen worden gesteld. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelt echter vast dat de wederpartij mede krachtens zijn andere hoedanigheid als directeur-grootaandeelhouder in het genot is van de woning.
Volgens vaste rechtspraak is de term 'huurder' in de Wet op de huurtoeslag gelijk aan die in de Huursubsidiewet en omvat deze alleen degene die uitsluitend als huurder en niet mede krachtens een andere hoedanigheid de woning gebruikt. De Afdeling benadrukt dat de invloed van de wederpartij op de huurprijs wezenlijk afwijkt van reguliere huurovereenkomsten, waardoor hij niet als huurder kan worden aangemerkt.
Het hoger beroep van de Belastingdienst wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard. De Belastingdienst hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de wederpartij geen huurder is in de zin van de Wet op de huurtoeslag.