ECLI:NL:RVS:2023:4171
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling afgewezen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid legde op 31 mei 2023 een vrijheidsontnemende maatregel op aan een vreemdeling. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 3 juli 2023 het beroep gegrond verklaarde en schadevergoeding toekende.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De kern van het geschil betrof de vraag of de staatssecretaris voldoende voortvarend had gehandeld door de vreemdeling op de tweede dag na het aanmeldgehoor te screenen.
De Raad van State verwijst naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2023:4014) waarin deze vraag is beantwoord en concludeert dat de grief slaagt. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, het beroep alsnog ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.