ECLI:NL:RVS:2023:4193

Raad van State

Datum uitspraak
8 november 2023
Publicatiedatum
10 november 2023
Zaaknummer
202306874/2/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen beëindiging verstrekkingen vreemdeling

De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling bij besluit van 25 augustus 2023. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond op 1 november 2023. De vreemdeling stelde daarop hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen tegen de voorgenomen beëindiging van verstrekkingen op 8 november 2023.

De voorzieningenrechter besloot bij wijze van ordemaatregel om de voorgenomen beëindiging van verstrekkingen op 8 november 2023 achterwege te laten, omdat de termijn voor het hoger beroep nog niet was verstreken. De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, bestaande uit kosten voor beroepsmatige rechtsbijstand.

De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.H. van Breda op 8 november 2023, waarbij de griffier J. van de Kolk aanwezig was. De voorlopige voorziening geldt totdat de voorzieningenrechter uitspraak doet over het resterende deel van het verzoek na het verstrijken van de termijn.

Uitkomst: De voorgenomen beëindiging van verstrekkingen aan de vreemdeling op 8 november 2023 blijft achterwege en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

202306874/2/V3.
Datum uitspraak: 8 november 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 1 november 2023 in zaak nr. NL23.26763 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 25 augustus 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 1 november 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       De vreemdeling heeft op 8 november 2023 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 1 november 2023 en de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat zijn voorgenomen beëindiging van verstrekkingen op 8 november 2023 achterwege blijft. Alleen al omdat de hogerberoepstermijn nog niet is verstreken, treft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening. Nadat de termijn is verstreken, zal de voorzieningenrechter uitspraak doen op het resterende deel van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.
2.       De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de voorgenomen beëindiging van verstrekkingen op 8 november 2023 achterwege blijft;
II.       veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 837,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J. van de Kolk, griffier.
w.g. Van Breda
voorzieningenrechter
w.g. Van de Kolk
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 8 november 2023
347-1017