ECLI:NL:RVS:2023:4212
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid beroep tegen terugkeerbesluit en bevestiging grensdetentie
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 12 april 2023 een terugkeerbesluit genomen waarbij de vreemdeling werd opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten. Tevens is op 16 april 2023 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. De vreemdeling heeft tegen beide besluiten beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die het beroep tegen het terugkeerbesluit niet-ontvankelijk verklaarde en het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel ongegrond.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep tegen het terugkeerbesluit niet-ontvankelijk had verklaard, omdat de vreemdeling ondanks zijn vertrek naar India belang had bij een inhoudelijke beoordeling van het terugkeerbesluit. De Afdeling vernietigde daarom dat deel van de uitspraak.
Na inhoudelijke beoordeling van het beroep tegen het terugkeerbesluit oordeelde de Afdeling dat het beroep ongegrond is. De grieven over het ontbreken van een vrijwillige vertrektermijn en het niet zorgvuldig horen van de vreemdeling slaagden niet. De uitspraak over de vrijheidsontnemende maatregel werd bevestigd. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en de uitspraak over de grensdetentie bevestigd.