ECLI:NL:RVS:2013:909
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit en niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens procesbelang
De minister voor Immigratie en Asiel heeft op 6 oktober 2011 een terugkeerbesluit opgelegd aan de vreemdeling, gevolgd door een nieuw terugkeerbesluit op 14 november 2011 na afwijzing van een asielaanvraag. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 14 december 2011 niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang, omdat het tweede terugkeerbesluit het eerste zou vervangen.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte het procesbelang ontkende, omdat het eerste terugkeerbesluit nog steeds rechtsgevolg heeft en kan leiden tot een inreisverbod van vijf jaar volgens artikel 6.5a van het Vreemdelingenbesluit 2000. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank dit niet juist had beoordeeld.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 14 december 2011, herroept het terugkeerbesluit van 6 oktober 2011 en verklaart het beroep gegrond. Tevens veroordeelde zij de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling ten bedrage van €1.888,00.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit van 6 oktober 2011 wordt herroepen, het besluit van 14 december 2011 vernietigd en het beroep gegrond verklaard.