ECLI:NL:RVS:2023:4282
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging proceskostenveroordeling in hoger beroep tegen niet-in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 2 juni 2023 het besluit om de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 19 september 2023 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank, waarbij het geschil zich beperkte tot de hoogte van de proceskostenveroordeling. De rechtbank had de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van €1.674,- aan proceskosten voor de door de vreemdeling gemaakte kosten voor rechtsbijstand.
De vreemdeling voerde aan dat zijn schriftelijke reactie van 8 september 2023 een vergoeding op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) rechtvaardigde, omdat het een op verzoek van de rechtbank verstrekte inlichting betrof. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat deze reactie niet kwalificeert als schriftelijke inlichtingen in de zin van artikel 8:45 Awb Pro, omdat deze niet op verzoek van de rechtbank was gegeven, maar uit het oogpunt van hoor en wederhoor.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de proceskostenveroordeling zoals vastgesteld door de rechtbank, waarbij de staatssecretaris in hoger beroep geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de proceskostenveroordeling van €1.674,- wordt bevestigd.