ECLI:NL:RVS:2026:8
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over bewaring in vreemdelingenrecht
Bij besluit van 27 augustus 2025 stelde de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 12 september 2025 het beroep gegrond verklaarde, de bewaring ophefte en schadevergoeding toekende.
De minister ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevatte die voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming relevant zijn en bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank zonder nadere motivering.
De Afdeling zag ook ambtshalve geen reden om de bewaring alsnog als rechtmatig te beschouwen en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 6 januari 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.