ECLI:NL:RVS:2023:4319
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit handhaving houtkachel wegens onvoldoende bewijs over overmatige hinder
Het geschil betreft het gebruik van een houtkachel door appellant in Aalden, waar verzoeker herhaaldelijk handhavend optreden tegen stankoverlast heeft gevraagd. Het college van burgemeester en wethouders van Coevorden heeft meerdere besluiten genomen, waaronder een last onder bestuursdwang tot verzegeling van de houtkachel en een besluit van 22 december 2020 waarin appellant onder dwangsom werd gelast maatregelen te nemen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit van 22 december 2020 deels gegrond en vernietigde het besluit voor zover geen maximum aan dwangsommen was gesteld en bepaalde beperkingen waren opgelegd. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd dat sprake is van een overtreding van artikel 7.22 van het Bouwbesluit 2012, omdat de enkele constatering van hinder in januari 2018 niet voldoende is voor het oordeel dat sprake is van overmatige hinder. De latere controles toonden geen of slechts geringe rook- en geurhinder aan. Hierdoor ontbrak de bevoegdheid tot handhaving ten tijde van het besluit.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 22 december 2020 en beveelt het college een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling kan worden ingesteld. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van 22 december 2020 wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van overmatige hinder; het college moet een nieuw besluit nemen.