Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 september 2025 in de zaak tussen
[naam], uit [plaats], eiseres
[naam]uit [plaats] (derde-partij).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
Eiseres diende een handhavingsverzoek in tegen het stoken van pelletkachels bij haar buren vanwege stank-, rookoverlast en gezondheidsschade. Het college wees het verzoek af, waarna eiseres bezwaar en beroep instelde. De rechtbank beoordeelde het beroep op basis van het recht dat gold vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
De rechtbank stelde vast dat de pelletkachels inmiddels waren verwijderd, maar dat eiseres belang had bij een uitspraak over het al dan niet moeten optreden door het college toen de kachels nog aanwezig waren. Diverse controles door toezichthouders toonden geen objectief bewijs van overmatige hinder zoals bedoeld in artikel 7.22 van het Bouwbesluit 2012. Hoewel rookontwikkeling en lichte stookgeur werden waargenomen, was er geen sprake van onaanvaardbare hinder.
Eiseres voerde aan dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan en dat haar gezondheidsklachten aanleiding waren voor handhaving. De rechtbank oordeelde dat bijzondere gevoeligheid voor rook niet relevant is voor de toepassing van artikel 7.22 en dat het college binnen haar beoordelingsruimte juist heeft gehandeld. Ook de door eiseres aangevoerde NEN-normen waren niet van toepassing voor handhaving. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het college mag afzien van handhavend optreden tegen de pelletkachels.