ECLI:NL:RVS:2023:4341
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Onverenigbaarheid van de 24-weken-eis met artikel 15 van de Opvangrichtlijn inzake arbeidsmarkttoegang asielzoekers
De zaak betreft de vraag of de Nederlandse 24-weken-eis, die asielzoekers beperkt tot maximaal 24 weken arbeid binnen een periode van 52 weken, verenigbaar is met artikel 15, tweede lid, van de Opvangrichtlijn. De Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen had aanvragen voor tewerkstellingsvergunningen van een asielzoeker afgewezen vanwege deze eis.
De rechtbank oordeelde dat de 24-weken-eis in strijd is met de Opvangrichtlijn omdat deze effectieve toegang tot de arbeidsmarkt belemmert. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit oordeel en legt uit dat de Opvangrichtlijn beoogt de zelfstandigheid van asielzoekers te bevorderen door hen effectieve en eerlijke toegang tot de arbeidsmarkt te bieden. De 24-weken-eis beperkt deze toegang substantieel, wat niet verenigbaar is met het doel en nuttig effect van de richtlijn.
De Afdeling wijst op het eindrapport van Regioplan dat bevestigt dat de 24-weken-eis een belangrijke belemmering vormt voor asielzoekers en werkgevers. De Raad van Bestuur had verzocht om prejudiciële vragen, maar de Afdeling ziet geen aanleiding daartoe. Het hoger beroep van de Raad van Bestuur wordt ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en de proceskosten worden aan de Raad van Bestuur opgelegd.
Uitkomst: De 24-weken-eis is in strijd met artikel 15, tweede lid, van de Opvangrichtlijn en wordt onverbindend verklaard; de besluiten van de Raad van Bestuur worden vernietigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.