ECLI:NL:RVS:2023:4434
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van bewaring vreemdeling door staatssecretaris en rechtbank
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 3 april 2023 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 24 april 2023 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevatte die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moesten worden. De relevante rechtsvraag over de informatieplicht van de staatssecretaris was reeds in een eerdere uitspraak van 15 november 2023 beantwoord. Daarom zag de Afdeling geen reden om anders te oordelen.
Ambtshalve zag de Afdeling ook geen grond om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.