ECLI:NL:RVS:2023:4448
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over vertrektermijn gemeenschapsonderdaan zonder verblijfsrecht
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde bij besluit van 23 september 2020 vast dat de vreemdeling geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft en gaf een vertrektermijn van 28 dagen. De vreemdeling maakte bezwaar tegen deze termijn, dat bij besluit van 21 december 2020 ongegrond werd verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit over de 28 dagen vertrektermijn en stelde deze termijn op dertig dagen. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming dienen te worden beantwoord. De Raad bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.