ECLI:NL:RVS:2023:4459
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing visum kort verblijf en hoorplicht geschonden
De vreemdeling, met de Egyptische nationaliteit, vroeg een visum voor kort verblijf aan om bij haar minderjarige Nederlandse zoon te kunnen verblijven. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees deze aanvraag bij besluit van 28 oktober 2019 af en verklaarde het bezwaar hiertegen bij besluit van 14 april 2021 ongegrond. De rechtbank bevestigde dit in een uitspraak van 29 juni 2022.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris zich niet deugdelijk heeft gemotiveerd, omdat onvoldoende is onderzocht dat de vreemdeling daadwerkelijk zorg- en opvoedtaken verrichtte voor haar zoon vóór diens vertrek naar Nederland. Tevens is vastgesteld dat de staatssecretaris de hoorplicht heeft geschonden door de vreemdeling niet te horen tijdens de bezwaarprocedure, terwijl dit gezien de omstandigheden wel had moeten gebeuren.
Daarom wordt het hoger beroep gegrond verklaard, het eerdere besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen de vreemdeling alsnog te horen alvorens een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van het visum wordt vernietigd en de staatssecretaris moet de vreemdeling alsnog horen en een nieuw besluit nemen.