ECLI:NL:RVS:2023:4475
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing aanvraag verblijfsdocument gemeenschapsonderdaan wegens onvoldoende motivering artikel 8 EVRM
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 3 februari 2021 de aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan af. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 14 september 2021 ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel in haar uitspraak van 3 maart 2022. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris niet verplicht was om de aanvraag en het bezwaar te toetsen aan artikel 8 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De staatssecretaris heeft immers de bevoegdheid om op grond van artikel 8 EVRM Pro ambtshalve een verblijfsvergunning te verlenen en dient dit te motiveren wanneer een beroep op dit artikel wordt gedaan. Deze motivering ontbrak in het bestreden besluit.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 14 september 2021 werden vernietigd. De staatssecretaris werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak en werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. Omdat er geen griffierecht was geheven, hoefde de staatssecretaris dit niet te vergoeden.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van artikel 8 EVRM.