ECLI:NL:RBDHA:2022:1949
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing afgeleid verblijfsrecht op grond van artikel 20 VWEU en arrest Chavez-Vilchez
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende persoon met een geldig Spaans verblijfsdocument, verzocht om een afgeleid verblijfsrecht in Nederland op grond van artikel 20 VWEU Pro en het arrest Chavez-Vilchez. Dit verzoek werd afgewezen omdat eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat hij daadwerkelijke zorgtaken verricht voor zijn Nederlandse dochter en dat zij gedwongen zou zijn de EU te verlaten als hem het verblijfsrecht wordt geweigerd.
De rechtbank overwoog dat het op eiser rust om aan te tonen dat het weigeren van het verblijfsrecht in Nederland ertoe leidt dat zijn dochter de EU moet verlaten. Aangezien eiser een geldig Spaans verblijfsdocument heeft tot april 2022, volgt daaruit dat het weigeren van een Nederlands verblijfsrecht niet tot vertrek uit de EU leidt. Het feit dat het Spaanse verblijfsrecht mogelijk niet wordt verlengd, is voor de beoordeling op het moment van het besluit niet doorslaggevend.
Eiser voerde tevens een beroep in op artikel 8 EVRM Pro, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet leidt tot afgifte van het gevraagde verblijfsdocument, omdat dit document slechts het rechtmatig verblijf bevestigt. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van een afgeleid verblijfsrecht wordt ongegrond verklaard.