ECLI:NL:RVS:2023:4488
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State tot behandeling hoger beroep tegen vrijheidsbeperkende maatregel vreemdeling
Bij besluit van 27 augustus 2023 legde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een vrijheidsbeperkende maatregel op aan een vreemdeling. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde op 18 oktober 2023. De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het hoger beroep gericht was tegen een vrijheidsbeperkende maatregel zoals bedoeld in artikel 56 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, waartegen op grond van artikel 84 van Pro die wet geen hoger beroep mogelijk is. De vreemdeling voerde geen gronden aan die het verbod op hoger beroep konden doorbreken, zoals het ontbreken van een eerlijk proces.
Daarom verklaarde de Afdeling zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep en bepaalde dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. Het vonnis werd uitgesproken door de enkelvoudige kamer op 5 december 2023.
Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel.