ECLI:NL:RVS:2023:4515
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake Wob-verzoek bij deken Orde van Advocaten Rotterdam
Appellant diende op 1 oktober 2020 een Wob-verzoek in bij de deken van de Orde van Advocaten Rotterdam, gericht op openbaarmaking van documenten over de bevoegdheid van de deken om minnelijke oplossingen vrijwel geheel niet te beproeven. De deken wees het verzoek af wegens onduidelijkheid en verwees naar openbare jurisprudentie van de tuchtrechter. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank terecht had vastgesteld dat de gevraagde informatie reeds openbaar is en dat de reactie van de deken op het bezwaar geen besluit in de zin van de Awb was. De Afdeling stelde dat de rechtbank had moeten oordelen dat het bezwaar niet-ontvankelijk was.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de deken van 18 december 2020. Tevens verklaarde zij het bezwaar tegen de brief van 24 november 2020 niet-ontvankelijk en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Het betaalde griffierecht wordt aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de deken zijn vernietigd, en het bezwaar tegen de brief is niet-ontvankelijk verklaard.