ECLI:NL:RVS:2019:3100
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit college Utrecht over openbaarmaking informatie Wob-verzoek
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Utrecht om diverse documenten te verstrekken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), waaronder geluidmetingen en EPC-berekeningen. Het college stelde dat de gevraagde informatie al openbaar was en dat daarom geen Wob-besluit hoefde te worden genomen. Appellant maakte bezwaar tegen deze houding, maar het college verklaarde de bezwaren niet-ontvankelijk. De rechtbank oordeelde dat de informatie openbaar was en bevestigde het collegebesluit.
In hoger beroep stelde appellant dat de informatie niet daadwerkelijk openbaar was, omdat het archief alleen toegankelijk is via een afspraak en tegen betaling kopieën verstrekt worden. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de documenten in het ‘Squit’-systeem niet als archiefbewaarplaats zijn aangewezen en dat de documenten daardoor niet als openbaar in de zin van de Wob kunnen worden beschouwd. De toegang is beperkt, er vindt voorafgaande controle plaats op persoonsgegevens en soms worden leges geheven, waardoor de informatie niet vrij toegankelijk is.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van appellant gegrond en bepaalde dat het college een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan appellant.
Deze uitspraak verduidelijkt dat een mededeling dat informatie openbaar is, geen besluit is als de informatie niet daadwerkelijk vrij toegankelijk is, en dat de Wob dan wel van toepassing is.
Uitkomst: Het besluit van het college wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen over het Wob-verzoek.