Uitspraak
Datum uitspraak: 6 december 2023
AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter
griffier
Raad van State
De minister heeft aan appellante een lening verstrekt voor een inburgeringscursus, die zij moet terugbetalen omdat zij niet tijdig aan haar inburgeringsplicht voldeed. Appellante werd ook een boete opgelegd wegens het niet op tijd inburgeren. Zij maakte bezwaar tegen het terugbetalingsbesluit, dat door de minister ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat het bezwaar tegen het overschrijdingsbesluit niet-ontvankelijk is omdat uit dat besluit voldoende blijkt dat de lening niet wordt kwijtgescholden en terugbetaling vereist is. Wel is vastgesteld dat de minister bij het terugbetalingsbesluit geen evenredigheidsbeoordeling heeft verricht, terwijl dat volgens recente jurisprudentie wel verplicht is. Daarbij dienen persoonlijke omstandigheden, zoals het gendertransitietraject van appellante en haar ontheffing van de inburgeringsplicht, betrokken te worden.
De Afdeling vernietigt het besluit van 11 maart 2022 voor zover het het terugbetalingsbesluit betreft en beveelt de minister een nieuw besluit te nemen waarin een deugdelijke evenredigheidsafweging wordt gemaakt en appellante wordt gehoord. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de proceskosten worden aan de minister opgelegd.
Uitkomst: Het terugbetalingsbesluit wordt vernietigd wegens het ontbreken van een evenredigheidsbeoordeling en de minister moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van persoonlijke omstandigheden.