Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2023:4585

Raad van State

Datum uitspraak
12 december 2023
Publicatiedatum
12 december 2023
Zaaknummer
202200264/2/A3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:29 AwbArt. 8:45 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beperkte kennisneming onderliggende stukken individueel ambtsbericht AIVD wegens nationale veiligheid

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het nieuwe besluit op bezwaar van de minister van Buitenlandse Zaken van 1 december 2021. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft vervolgens onder toepassing van artikel 8:45 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de onderliggende stukken van een individueel ambtsbericht van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) overgelegd, met het verzoek dat alleen de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kennis mag nemen van deze stukken.

De Afdeling heeft op grond van artikel 8:29, derde lid, Awb een belangenafweging gemaakt tussen het belang van appellant en de bestuursrechter om over alle relevante informatie te beschikken, en het belang van bescherming van de nationale veiligheid. De Afdeling oordeelt dat het belang van nationale veiligheid zwaarder weegt dan het belang van appellant om kennis te nemen van vrijwel alle stukken, omdat vrijgave lopende en toekomstige AIVD-onderzoeken kan frustreren.

Uitzondering vormt het Besluit 2013/395/GBVB van de Raad van de Europese Unie, dat openbaar is en appellant bekend mag worden verondersteld. Daarom hoeft dit stuk niet opnieuw te worden ingediend. De Afdeling wijst het verzoek tot beperkte kennisneming toe en bepaalt dat alleen zij kennis mag nemen van de onderliggende stukken.

Het vonnis is uitgesproken door de enkelvoudige geheimhoudingskamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 12 december 2023.

Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak wijst het verzoek toe dat alleen zij kennis mag nemen van de onderliggende stukken van het individueel ambtsbericht vanwege bescherming van de nationale veiligheid.

Uitspraak

202200264/2/A3.
Datum beslissing: 12 december 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in het geding tussen van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
appellant,
en
de minister van Buitenlandse Zaken,
verweerder.
Procesverloop
[appellant] heeft beroep ingesteld tegen het nieuwe besluit op bezwaar van de minister van 1 december 2021, kenmerk DVB-TN-84/2021.
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft na toepassing van artikel 8:45, eerste lid en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) de onderliggende stukken van een individueel ambtsbericht van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (hierna: AIVD) van 28 maart 2017 overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van Pro de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.
Het betreft de onderliggende stukken van het individueel ambtsbericht.
Overwegingen
1.       De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de onderliggende stukken van het individueel ambtsbericht kennis zal nemen.
2.       Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.
3.       De Afdeling oordeelt dat voor vrijwel alle stukken het belang van bescherming van de nationale veiligheid zwaarder weegt dan het belang dat [appellant] kennis neemt van de onderliggende stukken van het individueel ambtsbericht. De Afdeling neemt daarbij in aanmerking dat, indien de stukken worden vrijgegeven, zowel lopende als toekomstige onderzoeken van de AIVD gefrustreerd kunnen worden en daarmee de nationale veiligheid in gevaar kan worden gebracht. Dit geldt niet voor het overgelegde Besluit 2013/395/GBVB van de Raad van de Europese Unie. Dit stuk is openbaar, zodat er ten aanzien van dit stuk geen sprake is van gewichtige redenen. Nu het stuk bij [appellant] bekend mag worden verondersteld, hoeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het stuk niet opnieuw in te zenden.
4.       De Afdeling acht daarom het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek toe.
Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. S.C. van Tuyll van Serooskerken, griffier.
w.g. Daalder
lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer
w.g. Van Tuyll van Serooskerken
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 12 december 2023
290