ECLI:NL:RVS:2023:4585
Raad van State
- Rechtspraak.nl
Beperkte kennisneming onderliggende stukken individueel ambtsbericht AIVD wegens nationale veiligheid
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het nieuwe besluit op bezwaar van de minister van Buitenlandse Zaken van 1 december 2021. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft vervolgens onder toepassing van artikel 8:45 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de onderliggende stukken van een individueel ambtsbericht van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) overgelegd, met het verzoek dat alleen de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kennis mag nemen van deze stukken.
De Afdeling heeft op grond van artikel 8:29, derde lid, Awb een belangenafweging gemaakt tussen het belang van appellant en de bestuursrechter om over alle relevante informatie te beschikken, en het belang van bescherming van de nationale veiligheid. De Afdeling oordeelt dat het belang van nationale veiligheid zwaarder weegt dan het belang van appellant om kennis te nemen van vrijwel alle stukken, omdat vrijgave lopende en toekomstige AIVD-onderzoeken kan frustreren.
Uitzondering vormt het Besluit 2013/395/GBVB van de Raad van de Europese Unie, dat openbaar is en appellant bekend mag worden verondersteld. Daarom hoeft dit stuk niet opnieuw te worden ingediend. De Afdeling wijst het verzoek tot beperkte kennisneming toe en bepaalt dat alleen zij kennis mag nemen van de onderliggende stukken.
Het vonnis is uitgesproken door de enkelvoudige geheimhoudingskamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 12 december 2023.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak wijst het verzoek toe dat alleen zij kennis mag nemen van de onderliggende stukken van het individueel ambtsbericht vanwege bescherming van de nationale veiligheid.