ECLI:NL:RVS:2024:825
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. den Ouden
- B.P. Vermeulen
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aanwijzingsbesluit en opheffing bevriezing financiële middelen wegens onvoldoende motivering fondsenwerving DHKP/C
De minister van Buitenlandse Zaken had appellant aangewezen als persoon op wie de Sanctieregeling terrorisme 2007-II van toepassing is, met bevriezing van zijn financiële middelen. Dit besluit was gebaseerd op een individueel ambtsbericht van de AIVD waarin werd gesteld dat appellant fondsen werft voor de terroristische organisatie DHKP/C. Na eerdere vernietiging wegens onvoldoende motivering nam de minister een nieuw besluit op bezwaar dat dit standpunt handhaafde.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het nieuwe besluit getoetst aan het individueel ambtsbericht en de geheime onderliggende stukken. Hoewel de minister zich mocht baseren op het ambtsbericht, bleek uit de geheime stukken onvoldoende steun voor de conclusie dat appellant fondsen werft voor DHKP/C. De Afdeling oordeelde dat het besluit van 1 december 2021 onvoldoende gemotiveerd was en dat de minister niet had aangetoond hoe de conclusie was onderbouwd.
Gelet op de vertrouwelijkheid van de stukken en de lastige bewijspositie van appellant, heeft de Afdeling extra zorgvuldig kennisgenomen van de geheime stukken. De beperkte aanvulling op het dossier door de AIVD bood geen voldoende basis. De Afdeling vernietigde het besluit van 1 december 2021 en herroept het oorspronkelijke aanwijzingsbesluit van 14 juli 2017, waardoor de bevriezing van de financiële middelen komt te vervallen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van 1 december 2021 wordt vernietigd en het aanwijzingsbesluit van 14 juli 2017 wordt herroepen, waardoor de bevriezing van de financiële middelen van appellant wordt opgeheven.