ECLI:NL:RVS:2023:4588
Raad van State
- Rechtspraak.nl
Beperkte kennisneming onderliggende stukken individueel ambtsbericht AIVD wegens nationale veiligheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft op grond van artikel 8:45 van Pro de Awb de onderliggende stukken van een individueel ambtsbericht van de AIVD overgelegd, met het verzoek dat alleen de Afdeling bestuursrechtspraak kennis mag nemen van deze stukken.
De Afdeling heeft op grond van artikel 8:29, derde lid, Awb een belangenafweging gemaakt tussen het belang van appellant om kennis te nemen van de stukken en het belang van nationale veiligheid. De Afdeling concludeert dat het belang van bescherming van de nationale veiligheid zwaarder weegt dan het belang van appellant, omdat vrijgave lopende en toekomstige onderzoeken van de AIVD kan frustreren.
Uitzondering vormt het Besluit 2013/395/GBVB van de Raad van de Europese Unie, dat openbaar is en waarvan appellant bekend mag worden verondersteld. Het verzoek tot beperkte kennisneming wordt daarom toegewezen en alleen de Afdeling mag kennisnemen van de vertrouwelijke stukken.
Uitkomst: Het verzoek tot beperkte kennisneming van de onderliggende stukken van het individueel ambtsbericht wordt toegewezen vanwege bescherming van de nationale veiligheid.