ECLI:NL:RVS:2024:819
Raad van State
- Hoger beroep
- W. den Ouden
- B.P. Vermeulen
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bevriezingsbesluit financiële middelen wegens onvoldoende motivering fondsenwerving DHKP/C
De minister van Buitenlandse Zaken had appellant aangewezen als persoon op wie de Sanctieregeling terrorisme 2007-II van toepassing is, waardoor zijn financiële middelen werden bevroren. Dit besluit was gebaseerd op een individueel ambtsbericht van de AIVD waarin werd gesteld dat appellant fondsen werft voor de terroristische organisatie DHKP/C en het tijdschrift 'Yürüyüs' verspreidt.
Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep stelde appellant dat de minister zijn verdedigingsrechten had geschonden door onvoldoende inzicht te geven in de feiten en bronnen waarop het besluit was gebaseerd. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de geheime stukken ingezien en geoordeeld dat de stukken onvoldoende steun bieden voor de stelling dat appellant fondsen werft voor DHKP/C.
De Afdeling oordeelde dat de minister het besluit onvoldoende had gemotiveerd en dat de rechtbank dit niet had onderkend. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het besluit van 5 april 2018 vernietigd en het besluit van 14 juli 2017 herroepen. De financiële middelen van appellant zijn daarmee niet langer bevroren. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot bevriezing van de financiële middelen van appellant wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.