Uitspraak
Datum uitspraak: 13 december 2023
BESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter
griffier
Raad van State
Appellant diende een aanvraag in voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens ernstig psychisch en lichamelijk letsel door langdurig huiselijk geweld. De Commissie kende een uitkering toe in letselcategorie 5, wat neerkomt op € 20.000,-. Appellant stelde dat hij in aanmerking kwam voor letselcategorie 6 met een hogere uitkering van € 35.000,-.
De Commissie schakelde een medisch adviseur in die op basis van medische dossiers concludeerde dat appellant een ernstig, gecompliceerd psychiatrisch beeld heeft met ernstig psychisch letsel, maar niet voldoet aan de criteria voor letselcategorie 6. Dit omdat er geen herhaalde klinische behandeltrajecten of langdurige intensieve ambulante begeleiding waren en geen (bijna) volledige afhankelijkheid van hulp.
Appellant voerde aan dat de medisch adviseur niet onafhankelijk en onpartijdig was en dat hij geen mogelijkheid had om vragen te stellen of aanvullend bewijs te leveren, wat volgens hem het beginsel van equality of arms schond. De Raad van State oordeelde echter dat de medisch adviseur onafhankelijk was, bevoegd en dat de Commissie haar vergewisplicht had nageleefd. Het medisch advies was zorgvuldig tot stand gekomen en de Commissie mocht zich daarop baseren.
De Raad van State bevestigde dat het beleid van de Commissie om strikte criteria voor letselcategorie 6 te hanteren redelijk is en dat appellant niet voldeed aan deze criteria. De hogere uitkering werd daarom terecht geweigerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitkering in letselcategorie 5 gehandhaafd.