ECLI:NL:RVS:2023:4739
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tijdelijke bescherming vreemdeling uit Oekraïne
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 30 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming voor de vreemdeling op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling, behorend tot de groep derdelanders uit Oekraïne, stelde beroep in tegen deze beslissing bij de rechtbank Den Haag, welke op 13 november 2023 het beroep ongegrond verklaarde.
Tegelijkertijd verzocht de vreemdeling de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen zodat het recht op tijdelijke bescherming zou blijven gelden tijdens het hoger beroep. De voorzieningenrechter overwoog dat in een eerdere zaak een voorlopige voorziening was toegekend aan een andere derdelander uit Oekraïne, waarna de staatssecretaris had meegedeeld dat deze groep in Nederland mocht blijven tot een eindoordeel was gegeven.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de vreemdeling onder deze mededeling valt en daarom geen voorlopige voorziening nodig is. Het verzoek werd afgewezen en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen; de vreemdeling wordt behandeld volgens de mededeling van de staatssecretaris.