ECLI:NL:RBDHA:2023:17302
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming derdelander uit Oekraïne niet onrechtmatig
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn tijdelijke bescherming als derdelander uit Oekraïne te beëindigen per 4 september 2023, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382.
De rechtbank overwoog dat de staatssecretaris bevoegd is om de tijdelijke bescherming te beëindigen voor de betreffende groep, waaronder eiser valt, en dat deze beëindiging niet in strijd is met het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel. De voornemenprocedure is correct gevolgd, inclusief het geven van gelegenheid tot schriftelijke zienswijze.
Eiser stelde dat het besluit in strijd is met het evenredigheidsbeginsel vanwege zijn persoonlijke belangen zoals werk en gezinsleven. De rechtbank oordeelde dat de bescherming tijdelijk is en bedoeld om opvangcapaciteit te beschermen en terugkeer te bevorderen. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd waarom de inbreuk onevenredig is. Bovendien staat het hem vrij een reguliere verblijfsvergunning aan te vragen.
De rechtbank concludeerde dat het besluit zorgvuldig en rechtmatig is genomen en verklaarde het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.