ECLI:NL:RVS:2023:4769
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- B.P.M. van Ravels
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en terugvordering wettelijke rente bij tegemoetkoming planschade
Deze zaak betreft de wettelijke rente over een tegemoetkoming in planschade aan de eigenaresse van een terrein in Papendrecht. Na een langdurige procedure werd aan appellante een tegemoetkoming toegekend, vermeerderd met wettelijke rente. Het college had de rente aanvankelijk berekend op basis van het hogere handelstarief, maar stelde dit later bij naar het lagere niet-handelstarief.
De rechtbank oordeelde dat het college niet mocht terugkomen op het eerder vastgestelde rentebedrag vanwege het rechtszekerheidsbeginsel. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigt dit oordeel en stelt dat appellante had kunnen weten dat de rente onjuist was berekend en dat het college daarom bevoegd was het besluit te herroepen.
De Afdeling benadrukt dat de renteberekening voortvloeit uit een publiekrechtelijke rechtsbetrekking en niet uit een handelsovereenkomst, waardoor het lagere rentetarief van toepassing is. Ook is het college niet gehouden tot formele bekendmaking van het besluit om het rechtsgevolg te doen ontstaan.
Het beroep van appellante op het vertrouwens- en evenredigheidsbeginsel wordt verworpen, omdat zij redelijkerwijs rekening had moeten houden met terugvordering. Het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard, het beroep van appellante ongegrond en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd; het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.