ECLI:NL:RVS:2025:3829
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitschrijving uit Basisregistratie Personen wegens onjuiste bekendmaking
Het college van burgemeester en wethouders van Land van Cuijk schreef appellant ambtshalve uit de Basisregistratie Personen (Brp) per 10 juni 2021, nadat hij was vertrokken uit een gesloopt pand en tijdelijk elders verbleef. Appellant maakte bezwaar tegen deze uitschrijving, dat aanvankelijk niet-ontvankelijk werd verklaard, maar de rechtbank oordeelde later dat het bezwaar opnieuw moest worden behandeld. Na een nieuwe beslissing verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en veroordeelde het college tot een beperkte schadevergoeding en proceskosten.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en voerde aan dat het college het procesdossier onvolledig had ingediend en dat het voornemen en besluit niet op juiste wijze waren bekendgemaakt, waardoor de uitschrijving onrechtmatig was. De Afdeling oordeelde dat het dossier wel compleet was en dat de rechtbank terecht het beroep ongegrond had verklaard op dat punt.
Echter, de Afdeling stelde vast dat het voornemen tot uitschrijving niet volgens de voorgeschreven procedure was bekendgemaakt, omdat het college het voornemen niet naar het juiste adres had gestuurd noch had gepubliceerd zoals voorgeschreven. Dit leidde tot de conclusie dat de datum van vertrek uit Nederland onjuist was vastgesteld en het besluit van 13 juli 2021 herroepen moest worden.
Verder oordeelde de Afdeling dat de proceskostenvergoeding en griffierechtvergoeding door de rechtbank correct waren vastgesteld en wees het verzoek van appellant daartoe af. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank voor zover het beroep ongegrond werd verklaard, en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot ambtshalve uitschrijving uit de Basisregistratie Personen wordt herroepen wegens onjuiste bekendmaking, met vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.