ECLI:NL:RVS:2023:4793
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 17 augustus 2023 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 17 november 2023 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
Op 27 november 2023 wees de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af, gericht op het uitstellen van de terugkeer naar het land van herkomst met ondersteuning van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM). De staatssecretaris deelde mee dat de vreemdeling op 28 november 2023 met medewerking van de IOM Nederland heeft verlaten, zoals blijkt uit een door de vreemdeling ondertekende vertrekverklaring.
De Afdeling concludeert dat de vreemdeling geen belang meer heeft bij de beoordeling van het hoger beroep omdat hij niet langer bescherming in Nederland zoekt. Daarom verklaart de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de vreemdeling Nederland met medewerking van de IOM heeft verlaten.